top of page
Zoeken

Van lagere school naar middelbaar....en dan begint het echte werk.

9 sep
4 minuten om te lezen

“Maar je wist toch dat je die toets had?

Ja.

En wanneer ging je leren?

Gisteren.

Heb je dan geleerd?

Euhm…”


Tja.

Welkom in het middelbaar. 😉

Want daar begint het.

Niet alleen met nieuwe vakken, nieuwe leerkrachten en een veel grotere school.

Maar ook met...

“Je moet het nu toch stilaan zelf kunnen.”


En daar wringt soms het schoentje.

Want een kind dat naar het middelbaar gaat, ziet er plots zo groot uit.

Een nieuwe boekentas.

Een eigen agenda.

Misschien alleen met de fiets naar school.

Een uurrooster met vakken waar je als ouder soms zelf even naar moet kijken om te weten wat het allemaal betekent.

En dus verwachten we al snel dat ze dat ook allemaal wel zullen kunnen.

Maar ondertussen...

is dat brein nog volop in ontwikkeling.

En dat merk je.

Heel duidelijk soms.

Een planning maken lijkt zo eenvoudig...

Je kijkt naar wat er moet gebeuren.

Je bepaalt wat eerst moet.

Je schat in hoeveel tijd iets zal kosten.

Je houdt rekening met wat er morgen, overmorgen en volgende week nog komt.

Klaar. Toch?

Niet helemaal.


Want voor een puber is “volgende week” soms nog een soort ver land.

En “morgen” is eigenlijk ook nog best ver weg.

Wat nu interessant is krijgt vaak veel sneller voorrang.

Een vriend die iets stuurt, een filmpje, een game, een idee om na school nog ergens af te spreken.

En die toets van vrijdag?

Die is vrijdag.

We zien het dan wel.


Het is niet dat ze niet willen.

Het is niet altijd onwil.

Soms is het gewoon nog moeilijk om overzicht te houden.

Om vooruit te denken.

Om in te schatten hoeveel tijd iets vraagt.

Om aan iets te beginnen als het nog niet dringend voelt.

Om afleiding even opzij te zetten.

En vooral:

om al die dingen tegelijk te combineren.

Dat zijn vaardigheden die nog volop moeten groeien.


En dan komt de overgang naar het middelbaar daar nog eens bovenop.

Plots moet je niet meer gewoon weten:

Wat moet ik morgen meenemen?

Maar:

Welke boeken heb ik nodig voor elk vak?

Waar moet ik zijn?

Wanneer heb ik een toets?

Wat moet ik tegen wanneer af hebben?

Heb ik mijn turnzak bij?

Waar heb ik mijn huissleutel gelaten?

Hoe laat moet ik vertrekken?


Het zijn allemaal kleine dingen.

Maar samen zijn het er behoorlijk veel.

En dan hebben we het nog niet gehad over vrienden.

Want ondertussen gebeurt er in dat puberbrein nog iets anders.

Erbij horen wordt ontzettend belangrijk.

Een berichtje van een vriend kan op dat moment belangrijker voelen dan een toets die pas over drie dagen is.


En als ouder denk je misschien:

“Serieus? Je gaat toch niet je huiswerk laten liggen omdat iemand vraagt om mee te gaan?”

Maar voor je puber is dat niet zomaar “iemand”.

Dat is zijn wereld.

Zijn groep.

De mensen bij wie ze willen horen.

De mensen die bepalen of ze erbij horen.

En dat voelt op deze leeftijd ontzettend groot.


Dat maakt de overstap naar het middelbaar soms best pittig.

Want je kind moet op hetzelfde moment meer zelfstandig functioneren, terwijl de vaardigheden om dat te organiseren nog volop aan het groeien zijn.


Het is een beetje alsof je een computer vraagt om steeds meer programma's tegelijk te laten draaien...

terwijl hij nog volop bezig is met zijn eigen systeem te installeren.

Soms loopt het dan even vast...

En misschien verklaart dat ook waarom je soms denkt:

“Maar ik heb dit gisteren nog gezegd!”

Ja.

Dat kan.

En toch kan het vandaag alweer vergeten zijn.

Niet omdat het niet belangrijk is.

Niet omdat je kind niet geluisterd heeft.

Maar omdat onthouden, plannen, starten, schakelen en prioriteiten stellen allemaal behoorlijk wat vragen van een brein dat nog niet “af” is.


En laat dat nu net het brein zijn dat op dit moment ook nog eens overspoeld wordt door emoties, hormonen, sociale prikkels en een groeiende behoefte aan vrijheid.

Een behoorlijk drukke werkplek dus.


Ik vind het daarom soms wel mooi om even anders te kijken naar dat gedrag.

Niet:

“Waarom doet mijn kind zo moeilijk?”

Maar:

“Wat vraagt dit eigenlijk van zijn brein?”


Waarom lukt het vandaag wel om alles klaar te leggen en morgen helemaal niet?

Waarom kan hij uren bezig zijn met iets wat hem interesseert, maar geraakt hij niet gestart met die ene taak?

Waarom weet hij perfect wanneer zijn vriend jarig is, maar vergeet hij de afspraak bij de tandarts?

Waarom kan hij een ingewikkeld spel helemaal begrijpen, maar lijkt een eenvoudige planning maken een onmogelijke opdracht?


Omdat kunnen en nog niet kunnen soms heel dicht bij elkaar liggen.

En omdat motivatie op deze leeftijd ook een flinke rol speelt.

Misschien is dat wel één van de meest bijzondere dingen aan de puberteit.

Je kind kan op sommige momenten ontzettend volwassen lijken.

Je voert een gesprek en denkt:

“Wauw. Daar zit echt al een hele persoon.”

En vijf minuten later ligt er een natte handdoek op de grond, is de boekentas nog niet gemaakt en blijkt de toets van morgen compleet vergeten.


Het ene sluit het andere niet uit.

Het puberbrein kan al ontzettend veel.

Maar het is nog volop aan het leren hoe het zichzelf moet sturen.


Dus wanneer je deze weken of maanden een puber ziet rondlopen die haar planning kwijt is, haar toets vergeten is, drie keer naar boven moet omdat ze telkens iets anders vergeet...

Adem even.

Misschien is het niet luiheid.

Misschien is het geen onverschilligheid.

Misschien is het gewoon een brein dat nog aan het leren is hoe je al die ballen tegelijk in de lucht houdt.

En dat leren vraagt tijd.

Maar het mooie is : dat brein blijft groeien.

Kleine inzichten, kleine stapjes.


Want ergens tussen “ik vergeet het altijd” en “ik heb eraan gedacht” gebeurt iets heel belangrijks.

Ze leren zichzelf steeds beter kennen.

En misschien is dát wel één van de mooiste dingen om te zien gebeuren.



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page